03-11-08

Wat kan er nu nog misgaan?

De mooiste tijd van het jaar breekt aan. December. Dé feestmaand bij uitstek. Zes december brengt de sint ons een bezoekje en negentien dagen later doet de kerstman dat nog eens over. Als dit nog niet genoeg is, sluiten we het jaar ook nog eens af met een spetterend feest. Wat kan er nu nog misgaan?

Dit jaar begint december dan ook nog eens met een weekend. Super. Toch zal ik deze maand niet ervaren als een feestmaand. Het eerste weekend kan samengevat worden in twee woorden. Drinken en plassen. Niets bijzonders toch? Iedereen drinkt, iedereen plast. Alleen doe ik niets anders. Ik sta op, begin te drinken en stop pas als ik ga slapen. Dat ik veel plas, is dan een logisch gevolg. Maandag toch maar eens naar de dokter gaan. Maandag avond, want ik heb eerst nog een lange schooldag af te werken.

Ik kan me echt niet concentreren in de les. Verschrikkelijk. Was het al maar avond. Oef, speeltijd. Met de hele klas spelen we ‘Dikke Berta’. Ik geef me volledig. Ik loop zo hard ik kan, wring me door de kleinste gaatjes zodat ze me toch maar niet kunnen pakken. Na vijf minuten ben ik al doodop. Iets te enthousiast geweest denk ik. Duizelig. Misselijk. Ik probeer nog naar de leerkracht te wandelen, maar het lukt niet. Net voor ik er ben stuik ik in elkaar. Een doodgewone appelflauwte. Voor de zekerheid wordt de schooldokter erbij geroepen. Ze bevestigd het vermoeden. Waarschijnlijk lag het aan mijn bloeddruk. Ondertussen was mijn moeder aangekomen. Ze vertelde dat ik veel moest drinken en plassen. Omdat ze verpleegster is, had ze al een vermoeden dat ik misschien ‘suikerziekte’ zou hebben. Ze vroeg of de dokter dit wou controleren. Ze weigerde resoluut. Na lang aandringen gaf ze toch toe. Ze stak een naald in mijn vinger en nam een bloedstaal. 264. Wat 264? Ik heb te veel suiker in mijn bloed.

Zo snel mogelijk reed mijn moeder met me naar het ziekenhuis. Onmiddellijk naar de spoedafdeling een kamertje binnen. Diabetes. Hij heeft diabetes. Een katheder in mijn arm, bloed afnemen en een baxter eraan. Nog vlug wat vragen beantwoorden en ik kon opgenomen worden voor tien dagen. Tien lange dagen. Tien dagen waarin je beetje bij beetje leert wat diabetes is. Tien dagen waarin je leert spuiten, meten en een dieet volgen. Er zijn nog veel vragen. Vragen die nog een hele tijd door mijn hoofd blijven spoken. Later zal ik er een antwoord op vinden.

Na die tien dagen begint terug het gewone leven. Het leven gaat verder. Kerstmis en Nieuwjaar. Ik moet niets missen van de feesten. Nee, vooral niet. Ik heb een dieet. Lekkere ijstaart met kerstmis. Ik dacht het niet. Veel snoep met Nieuwjaar. Toch maar voorzichtig met zijn. Daar gaat mijn leven.

Gelukkig gaan we in januari met de school op sneeuwklassen. Eindelijk. Ik heb er al zes jaar naar uitgekeken. Toen was mijn broer geweest. Wat een verhalen. Eén groot avontuur. Zalig. De directeur vraagt of ik samen met mijn moeder naar zijn bureel wil komen. Ze nemen me niet mee op sneeuwklasse. Te gevaarlijk. Uiteindelijk gaat mijn moeder een paar dagen mee, maar ik zal wel het grootste deel moeten missen. Dag gewoon leventje.

We zijn een half jaar verder en alles verloopt al stukken beter. Mijn bloedsuiker staat goed geregeld, ik ben terug aan het sporten en mijn dieet is al iets gevarieerder. Taart. Als ik meer spuit kan het. Snoepen. Ja, maar met mate. Akkoord. Alles kan, alles mag.

Nog een paar weken en ik zit op ‘de grote school’. Het middelbaar onderwijs. Ja, ook ik word volwassen. Meer zelfstandigheid, meer verantwoordelijkheid. Hoe moet het nu weer verder met mijn diabetes?

00:46 Gepost door Babs flamand | Permalink | Commentaren (0) | Tags: jongeren met diabetes |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.